maandag 9 juni 2014

ons stalletje


De hagedissen zitten niet op het dak. Die branden nu hun pootjes. Het is nog niet eens een hittegolf te noemen, maar hier in de luwte van de kloof met nog veel wintervacht -de storm of de varkens (arme zielen) hebben mijn borstel zoek gemaakt- is het niet te harden. Ook de paar wondjes en mijn nu zakkerige balloze nog zware geslacht trekken vliegen aan alsof ik een varken ben dat door verse mest heeft gerold. (Wat varkens niet doen hoor, door de mest rollen. Ze koelen alleen af in waterplassen of natte aarde/modder, wat hen ook weer beschermd tegen vliegen.)
Ik begin nu eindelijk te begrijpen wat er zo fijn is aan een stal. 's Winters taan ik er niet naar, want mijn wintervacht is waterdicht en echt lekker warm. Maar nu snap ik dat gebouwtje met 2 verdiepingen. Beneden, nu geheel ons domein, is het heerlijk koel, een 13 tot 15 graden. Met de kraan op drup voor fris koel water. Geen vlieg te zien. Ook geen eten helaas. Dat doe ik nu 's nachts wel. Wij ezels kunnen prima zien in het donker en zeker als er een maan is.
We gaan dus niet meer dat stalpad op en neer naar het hek voor een ochtendwortel. Die komt Tien maar mooi brengen als ze mest komt ruimen. Wat ze trouw doet om te voorkomen dat er teveel vliegen en horzels ons lastig vallen.
Ook heeft ze opgeruimd. Ik bedoel de stal schoon geharkt van oud varenstro, het bed van de varkens, steentjes op een hopper buiten zodat het mestscheppen sneller gedaan is. Rond slingerende takken op een hoop, blauwe touwtjes weggehaald die overal rondzwierven. Ook de mesthoop heeft een laag muurtje gekregen zodat dat niet overal heen rolt. Ik hou van orde en netheid. Zo struikel ik ook niet meer zo snel.
We vertoeven nu dus hele dagen in de schaduw rond de stal of er in.
Ik zeur dus letterlijk om hooi en stro als ze komt kijken bij ons. Dan laat ik me wel aanhalen,maar net zo dat ze weet dat ik wat te eten wil zonder er zelf enige moeite in te steken. Ondanks al dat verse groen op de hellingen. Want de laatste keer vrij grazen op de piste/het bospad werd ik zo geplaagd door al die prikbeesten! En we zijn nog steeds gewond natuurlijk, die ingreep is toch zwaar geweest. Wel voel ik er niet veel meer van, maar leuk is anders. Ben gewoon nog ontdaan en neem tijd om te genezen.
Nu dus in en rond een opgeruimde schone stal.

Wel enige drukte vandaag en gisteren. Want de kleine zwarte poes Sooty is lang zoek geweest. Nu heeft het weinig zin haar heel de dag door te roepen, want die kleine eigenwijs gaat haar eigen gang. Ze geeft de voorkeur aan muizen eten boven het met angst en beven brokjes eten ergens in het grote gebouw dat mijn verzorgers het woonhuis noemen. Kater Cros is verzot op poesje Sooty en valt haar altijd lastig. Maar gemene slangen zitten hier ook, adders. En als twee-potige of dieren gebeten worden zijn de rapen gaar. Twee-potigen gaan dan naar een twee-potigenarts, maar wij of poesjes kunnen dat niet. Zo legde bijvoorbeeld vorig jaar haan #5 het loodje.Toch hoorden we 2 dagen lang -ik kan nog steeds niet tot 3 tellen- 'SOOOOOOTY' 'SOOTY' door het bos schallen. Het lastige is soms dat we de taal van onze verzorgers niet spreken. Wij zagen en hoorden haar namelijk wel.

vrijdag 6 juni 2014

Je-weet-wel-ezels

Je weet ; onze ballen moeten eraf. Wat dat nou precies inhoudt weet ik nog steeds niet. Wat ik wel weet is dat er met ons ezels wel eens dingen gebeuren die we niet begrijpen. Althans, ik niet. Ollie misschien wel, want die was ‘m gevlogen toen het hek open ging. Ik dacht nog dat ik lekker vrij mocht gaan grazen. En ze lieten me ook hoor, daar niet van. Hoorde een vreemde stem en dacht ‘ach, bezoek, tis niet voor mij.’

Toen ze me kwamen halen, ik was inmiddels bij de vlinderstruik vlakbij het terras beland, vond ik het al zo vreemd dat Ollie daar uitgestrekt lag te wezen met het touwhalster om. Iets wat hij niet toe zou staan in goeden doen. Ik werd geliefkoosd en goed vast gehouden. Voelde 2 prikjes en werd zo raar in de kop. Maar in vertrouwde handen, vertrouwde stemmen die me deden doezelen. Ik ging zomaar onderuit. Begeleid, dat wel. Toen werd het zwart voor m’n mooie open ogen.
Ik weet niet hoe lang ik er gelegen heb, maar met een geur in mijn neus die niet te pruimen is, probeerde ik al diep ademend dat weg te zuchten. Het lukte niet. En groggy dat ik me voelde!! Toch maar zo snel mogelijk op de poten om te briesen. Wederom probeer ik die smerige lucht weg te krijgen die in mijn kop lijkt te zitten alsof er geen gewone lucht beschikbaar is. Lekker is anders. Ik blijk gecastreerd en broertje Ollie ruikt hetzelfde; aangedaan.

Ik blijf wat nabloeden, druppelsgewijs. Dit trekt vliegen en horzels aan, maar die jaag ik wel weg. Tien zit er ook bij, op de piste in de berm te ratelen op het toetsenbord. Ze houdt ons in de gaten, best fijn, want lekker voelen we ons nog niet. Het wordt wel wat plakkerig op mijn achterpoten. Net of ik in de blubber sta. Het druppelen ging over in een stroompje en Tien belt weer dat vreemde mens die ’s avonds met spoed dus weer dat hele eind de gorges in komt rijden. Voor mij, want das toch niet normaal? Dat het meer gaat bloeden dan dat het deed nadat ik weer op de poten was? Ik kreeg potvertwee weer een prik, bah!
De vreemde dame is wel lief hoor, maar wat heb ik daaran? Na die 4e prik laten ze ons staan op een heel klein stukje terrein vlakbij het woonhuis. We krijgen rust en stro en hooi.

’s Ochtends ben ik zo stram als maar kan. Ik krijg mezelf net richting voorgehouden wortel verplaatst. En nee! Ik heb geen zin in weer gesodemieter aan m’n lijf, dus geen knuffel. Ook Ollie moet even niks van de twee-potigen hebben. Dit keer geef ik hem gelijk. Later op de ochtend wordt ik toch weer vastgehouden door de baas en krijg ik weer een prik. Van Tien, die dat nou juist eigenlijk niet zou moeten doen. Ik voel me getraumatiseerd. Ollie zei het me nog, dat twee-potigen rare wezens zijn waar je voor op moet passen. Mijn poten worden schoongeborsteld van het bloed. Ik loop natuurlijk voor gek en ze willen natuurlijk geen telefoontjes van passanten die denken dat ik zwaar gewond ben ofzo. Dat ben ik wel, maar zo zien zij dat natuurlijk niet. Mijn zak is zwaar, raar, want de ballen zijn er toch uit? Gelukkig mogen we de rest van de dag vrij grazen, beetje bijkomen van dit gedoe.

’s Avonds, the day after, willen ze Ollie het touwhalster afdoen om ons weer onze eigen ruimte terug te geven. Maar die kleine bruine broer van mij ziet de bui al hangen na mijn 5e prik en de wasbeurt van vanochtend. Dankzij Ollie sta ik dus nog steeds op dat kleine stukkie terrein met niks geen gras of kruid. We krijgen wel hooi en stro, maar daar krijg ik zo’n droge bek van. L
Maar goed, het leed schijnt geleden. Ik doe het zonder antibiotica, want ik wil het eerst zelf proberen te overkomen.
Dit bedoelden ze dus met ‘castratie’. 
Ik ben nu een je-weet-wel-ezel.

Note van verzorger;
We besloten Ollie als eerste te laten castreren. Als hij getuige was geweest van het proces bij Sarko, had hij zeker de benen genomen. Het bleek een heel gedoe Ollie te pakken te krijgen, een touw om zijn nek te doen en hem met injectie 1 te kalmeren (wat niets uithaalde, dus moest kalmeringsmiddel #2 erin), hem met injectie 3 plat te spuiten –verdoven-. Ollie kreeg 2 keer de dosis voor een paard van 200 kilo. Ollie is veel kleiner dan Sarko, dus lichter. Maar heeft de kracht en het temperament van een volwassen paard. Kun je nagaan wat een ‘beest’ het wordt als hij volwassen is. Ook de dierenarts was verbaasd dat ze twee keer de gebruikelijke dosis geven moest. De dierenarts die we dachten dat het werk zou verrichten durft castraties van ezels niet aan, omdat het een verhoogd risico is. Ezels zijn schijnbaar moeilijk te verdoven, omdat ze allemaal andere doseringen nodig hebben. Het neerleggen is lastig, je hebt er 2 mensen voor nodig die de beweging van het in elkaar stortende dier kunnen begeleiden. Ook de duur van en het bijkomen uit de verdoving verschilt van ezel tot ezel.
Wij zijn blanco en wisten ook wel dat het met Ollie moeilijker zou gaan. Toen het ‘kleintje’ eenmaal lag, werden de poten kundig bijeen gebonden en het uiteinde van het touw gaat via de hals. Het is een ingreep van niets, zo op de oprit –vlak terrein-. Bij Ollie kijk ik toe, bij Sarko kijkt Marc toe. Degene die er niet met de neus bovenop zit houdt het hoofd van de dieren op de grond. Ze kunnen toch plotse bewegingen maken, waardoor de dierenarts een fout kan maken.
Met flinke tangen wordt de zak afgeknepen met de teelballen aan de buitenkant. Meestal is dit afdoende. Sarko blijft wat nabloeden. Ik mag het bloed niet van zijn poten spoelen, hij ontloopt me dan. Ik laat hem. Wel bindt ze beide zakken af met een touwtje. Dit blijkt echt weer een vak apart. Ze is de vrouw van een boer, er zijn weinig andere professies hier, en gooit de ballen naar Castel. Die ruikt eraan en denkt; alweer vlees? (Ze krijgt nu vaak een bot van de varkens, maar ezelballen is andere ‘koek’.) Toch eet ze ze op.
Nadat ze het voor elkaar hebben te gaan staan, wat bij Ollie dan weer veel langer duurt dan bij Sarko, gaan ze gelijk grazen. Ollie doet gelijk een plas, Sarko moet poepen. Ze briesen naar elkaar, of om die rotlucht van de anesthesie uit hun systeem te krijgen. Ze willen logischerwijs geen gesodemieter meer aan het lijf. Marc heeft net de geïmproviseerde hekwerken op de piste verbeterd.
Het is een raar gezicht om Sarko met bebloede achterpoten te zien. We houden het in de gaten. Verder lijken ze minder ontdaan dan gedacht. Het zal een maand duren voor de hormonen gaan reageren op het ontbreken van de ballen. We zullen het gaan zien.

De conditie van beide dieren is erg goed. De dierenarts vraagt nog wel hoe het komt dat Sarko veel met vliegen bedekte wondjes heeft. Dat komt door Ollie die te vaak loopt te bijten in zijn poten. Sarko doet dit niet terug, Ollie heeft nou eenmaal veel meer temperament dan de sul die hier af en toe wat schrijft. Ook blijkt Sarko weinig spiermassa te hebben. Tijd om echt te gaan werken met het dier. We vragen dan ook aan haar of als ze oud materiaal weet of iemand die dit beschikbaar heeft, dit ons wil laten weten.

maandag 12 mei 2014

Voor iedereen die altijd zo meeleeft;

Het wordt met de dag leuker. Niet alleen voor mij. Ook voor Ollie en de baas en Tien, want we krijgen er zo'n beetje wat ritme in. We zijn altijd bij elkaar, maar dat is geen nieuws. Wel dat de varkens nu een welverdiende vakantie hebben en de kippen zich opeens hebben vermenigvuldigd. Er lopen nu 3 nieuwes rond, met kale nekken. En haan #6 die steeds de weg kwijt is, niet op stok kan zitten, want had nooit een stok. -Of die het hier dus gaat redden zo buiten ergens zittend op de grond 's nachts??-
Ollie ziet dagelijks hoe ik geknuffeld wordt en begint te begrijpen dat het fijn is. Maar hij is zo verlegen en twee-potigen zijn nou eenmaal anders. Ollie is meer 'op de baas'. De baas is namelijk wat rustiger, van binnen dan. :-D Binnenkort denk ik wel dat hij dat mooie rode halster wil dragen. Dan kunnen we makkelijker gaan wandelen.
Tien is wat essen en esdoorns gaan snoeien. Wij kregen alle takken met dat verse blad en zachte zaden. Een waar feestmaal. De takken van de essen eten we ook, dus buikjes rond en gezellig in de buurt van het andere dierenleven. Verder ruimen we snoeiafval op, ook door dit op te peuzelen.
Jaja, wij eten zo ongeveer alles. Niet bij gebrek aan beter hoor, want met die bergen takken tanen we niet naar wortel, brood, hooi of stro. We laten het rustig liggen. Voor de slakken net voor de varkens hen weer opeten.
C'est la nature.

zondag 4 mei 2014

Blij



Ik ben heel blij.
Op en top in mijn nopjes nozzels.
Vandaag was dag 6 in gezelschap van mijn vriendje.

Het is superleuk om altijd samen te zijn. En die kleuter is heus wel irritant hoor. Op z'n tijd. Continue in mijn hoefsporen, overal, altijd.
Maar hij knabbelt ook mijn wintervacht eruit, kan lekker steigeren en rennen en ik krijg nu ook extra aandacht van de verzorgers natuurlijk.
Mits ik niet besluit naar het meer te gaan. Daar kunnen de twee-potigen moeilijk komen.
Ook leer ik Ollie zoveel ik kan. Zoals brood en wortels van de grond eten. Dat we niet heel de dag in de buurt van het hek hoeven te blijven. Dat je over obstakels kunt springen. Dat me laten borstelen en badderen in as heel fijn is. Of je snuit afvegen aan de varkens.


Vandaag zijn we even gaan wandelen op de piste. Ollie is heel volgzaam. Hij ziet het halster, geknoopt van  rood klimlijn, nog niet zo zitten. Maakte niet uit. Tot voorbij de buren, die in geen velden of hellingen te bekennen waren. Het grazen moesten we doen toen Tien wandelaars tegenkwam. Praten natuurlijk, lekker lang. Veel gegiebel over onze namen, Hollande en Sarkozy. Twee-potigen vinden dit hilarisch.
Ik heb zoveel mogelijk kniehoog gras en klavers naar binnen staan proppen. Viel echt met de neus in de boterbloemen. Naar huis ging me veel te snel, maar ja, mensen hebben het altijd zo druk.


Het avond-eten-ritueel wordt steeds leuker. We mogen natuurlijk niet van de varkens jatten. Ze tronen mij mee naar de stal, Ollie volgt. Daar krijgen we een stukje brood en wat hooi of stro. We staan altijd al te wachten bij het hek als de zon nog lang niet achter de berg weg is. De varkens luieren wat, ik plaag ze wat, Ollie bekijkt ons met leergierige ogen. Weet nog niet zo goed hoe en wat natuurlijk.  (Zie foto bovenaan)
Maar ze laten ons echt wachten tot zij vinden dat het tijd is....
De baas liet dit keer aan Ollie zien hoe sterk ik ben. Eerst ging hij over mijn rug hangen, op z'n buik, met de voeten schoenen los van de grond. Hij bleef Ollie uitleggen wat ie deed. Toen ging hij op m'n rug zitten.
Ik was aan de dis. Met de bek vol hooi hoor je me niet klagen. Ik vind dan alles best en smul rustig door. Ollie vond het maar wat vreemd, want zo klein zijn twee-potigen nu ook niet. Maar van het gewicht merk ik niet zo heel veel, voor eventjes. Want voor ik het weet ben ik weer die 65 kilo lichter.
Gelukkig doen ze dat zelden, want ik weet dat ik nog niet zwaar dragen mag.

Tot zover een update.

'k Moet Tien nog even bedanken, maar ook zeggen dat ze het project af kan gaan sluiten.
Want Ollie mag noooooit meer bij ons weg!

dinsdag 29 april 2014

Ollie

Ze kan me van alles toefluisteren en vertellen, maar eh!, ben een vent! Een echte. Het meeste gaat er links in en mijn rechter handelsmerk weer uit. Behalve als ik brood, wortel, hooi of 'ETEN' hoor, dan ben ik één en al oor. Dat het verschil maar duidelijk mag wezen.
Ik ga slapen, morgen vroeg op om op verkenning te gaan. Die ochtendwortel kan me ff gestolen worden.
Daarom laat ik dit keer de eer aan Tien. 
Ben nog te verbouwereerd over wat er vandaag nou weer te beleven viel. 


Het begon 30 juni vorig jaar. Het weten dat Sarko een gelijke als makker moest hebben. Bij gebrek aan een echt weiland zijn pony of paard geen optie. De varkens groeien dan wel mee met ons ezelveulen, naar mate Sarko volwassener wordt, is het af en toe een venijnig potje sparren. Varkens kunnen bijten!
Dat ik graag een ezeltje uit de regio wilde adopteren stond vast. Juist omdat de aanbiedingen en websites, waarop ik noodlijdende ezels aangeboden en te koop zag, letterlijk in flinke getale binnenstroomden via facebook en email. Overal in Europa noodlijdende ezeltjes. Logisch dat ik het dicht bij huis zoek, we maken er nieuwe contacten mee, de verhuizing van het dier duurt maar even en het beperkt alle te maken kosten.
Het melkveehoudersgezin hangt woensdag een annonce op bij de dierenarts. Ze zoeken adoptie voor hun 1 jarige. Het liefst het hele gezin, maar moeders staat op bevallen. Omdat het lang kan duren voor je een ezeltje ergens slijten kan, op tijd zo'n briefje ophangen. 
U moet bedenken dat dit één van de dunst bevolkte regio's van Frankrijk  is. Voornamelijk kleinschalige veeteelt en wat landbouw voor dat vee.  De meeste boeren moeten het redden van ongeveer 50 koeien. Armoei troef en 24/7 werken. 'Internet? Wa mot ik doar nao mee?'

Dat werkt prima zo.
Ik haal donderdag nog wat katten-vapo-damp-spul bij de dierenarts voor Merlin die gewoon niet reageert op de prik van drie weken geleden. (En we hebben er al zo'n hekel aan, weer van geleerd; nooit meer.) Maar hij is erg goed op gewicht, eet flink, jaagt, speelt, snurkt, heeft zijn gebruikelijke love-attacks en knuffelt me 's ochtends wakker. Ondanks dat hij nog snot en snotverkouden is. Mijn oog valt op een briefje, haastig geschreven met zwarte inkt. Ezel te koop/te krijg, hengst, 1 jaar, naam van het erf en een telefoonnummer.
Ik bel tussen de middag gelijk, bij Nadine. Sinds een week of 6 is het er niet meer van gekomen. 's Avonds terug bellen voor een afspraak. 
Voor hun 14 jarige zoon blijkt het toch nog wat moeilijk. Zij klinkt ook besluiteloos, misschien machteloos omdat ze mij aan de lijn heeft. Ik in het Frans aan de telefoon is en blijft drama. Dit dan ook weer omdat het dialect zo sterk kan zijn. Ze bellen mij terug, zegt ze.
Ik wacht... Het weekend verstrijkt. 
Wat ik niet weet is dat de moeder van de weg te geven ezel van 1 jaar, bevallen gaat. Zulke dingen ontgaan me nog steeds in telefoongesprekken. Ook niet hoe verkeerd dit afloopt. In de koude wind in de stromende regen wordt het nacht. Zodra er poten zichtbaar zijn, probeert de boer eraan te trekken. Het veulen ligt verkeerd om en de dierenarts wordt gebeld. 's Nachts in de striemende regen bij een sterke lantaarn ziet ze dat ze te laat is. Voor merrie & veulen, de laatste al wat langer dood. Voor de zoon, die veel van de ezeltjes hield, maar ook wel wist dat 3 teveel was, een harde verdrietige les. Hij staat er steeds bij met een verse schaafwond op de wang. Beteuterd. Zijn jochie gaat met die twee blonde Hollanders weg. Maar zit wel goed. Dan gaan we een keer he-le-maal naar de andere kant van het canton. Daar komen ze nooit, klinkt wel gaaf om in de gorges te wonen. Hun wereld is zonder internet, uitjes, tijd voor hobbies en vakantie's zo klein, dat ook conversatie klein gehouden moet worden.



Mooie rood en wit bonte snoeten kijken vol verwondering naar het andere nieuwsgierige maar verwarde dier dat de stal in gedreven wordt. Met ervaren boeren blijkt het een makkie. Ze zien hoe leuk we het vinden. De stal met de koeien erin werd het niet. Uk besloot de andere stal, leeg, op stront na dan. De man voert hem kleine stukjes brood  -hand = brood gaan we afleren-  en kust hem op het voorhoofd. Zo neem ik mijn kans om het touw van Sarko's halster als een lasso om te doen. Rustig doet hij het geleende halster om. Het beessie is even benauwd, maar weet dat er geen ontkomen meer aan is. Wel gewend te volgen, ideaal.

Zondagmiddag gingen we eerst even kijken. Nietsvermoedend nog. Mevrouw klonk wel een beetje in paniek aan de telefoon. En die besluiteloosheid die doorschemerde. Zoon Bruno is wat over zijn toeren, maar wederom, wij weten nog van niks. We vinden de 'lieu dit' in ene keer, ze staan midden op hun weg zwart plastic te vouwen, weer in de striemende regen. De modder op de wangen en haar neus. Ik spring uit de auto om te vragen of we er al zijn. Staat -toen nog- Tin-Tin, waar hij op reageert, me aan te kijken en balkt het uit. Ook jij goedemiddag, jong en prachtig donker bruin veulen! Ik schiet erop af, eveneens gestoken in kaplaarzen en een viezig vest, verwaaide krullen, who cares? Ik hoor Marc praten met het stel als hun zoon op de quad komt kijken. 
Het ontging me nog steeds volledig dat de moeder van Ollie onderaan de wei lag. Het leek een kale plek in de wei. Sinds vrijdagnacht, drama. Ollie heeft staan janken en balken en doen. Staat verweesd alleen. Maar pas, helemaal niet zo schrijnend. Of toch wel? 
Want Ollie lijkt niets liever te willen dan die wei uit. Zodra het hek open gaat maandag, loopt hij ernaar toe. Daar denkt hij nog in de maling genomen te worden. Aanmoediging door de boerin met een stukje brood doet wonderen.
De trailer was een avontuur. Maandag om 9 uur start ik met bellen. Twee uur later weet ik dat ik bij de manege moet zijn, die ons geheel belangeloos die speciale aanhanger meegeven. Namen, geschikt rijbewijs, referentie anders dan dat we door de dierenarts zijn doorverwezen? Niet nodig, neem maar mee, graag eind van de middag weer terug. 
Prima, als het lukt tenminste.
Trailer bleek veel te groot. De hummel gaat met gemak onder de stootstang door. Het inladen van Ollie heeft nog geen 20 minuten geduurd. Dit voor een ezeltje dat twee dagen heeft staan huilen, niet gewend is aan een touw of halster in het bijzijn van vreemden.
Ik moet rijden, vindt Marc. Niet omdat ik alleen een rijbewijs heb voor dubbel-assers, meer omdat hij me de ervaring wil geven met levende have in een aanhanger. De wegen zijn smal & vol bochten, de trailer 2 bandjes breder dan de Rode en ik vind het druk op de wegen. Dat zegt wat! Het halve uur worden 40 minuten, een idioot in een bus moest ons zo nodig inhalen met gevaar voor eigen leven, soi. Na een paar minuten zijn we gestopt om te kijken hoe hij erbij staat in die enorme trailer. Gewoon. Guitig. Oren naar voren, vragend om wat lekkers. Onderwijl twee stapjes naar voren om naar buiten te kijken. Dit nog twee keer. Dit gaat gladjes.
We laten hem even staan thuis. Castel mag even door de zijdeur gluren. Uiteraard is die weer door het dolle heen. Die houdt van alle wezens met maximaal 4 poten. M&M zetten het stuk stalpad af dat grenst aan het terrein rond het huis en zetten de stroom erop. Even dicht bij huis laten wennen. 
Uiteraard loopt er weer een varken op de piste die we lokken door hard 'ETEN' te roepen. Wij grinniken, want wandelaars en vogelaars zien we weer veel de laatste tijd. De varkens zijn wel slim, maar zien de extra schrikdraden niet of te laat. Maar de mensen weer thuis, blaffende hond, een nieuw dier... Dat holt achter je aan naar eigen stek.
ff wachten hoor, ik ken het hier niet
Ik roep Sarko. Geen antwoord. Ik roep hem nog een keer. Het duurt even. Die is sacherijnig, want in die regen heel de dag geen bezoek, geen wandeling, die mensen zijn weer druk-druk-druk. En met wat?
Dan balkt Sarko. Van heel ver weg moet het geluid zich door het jonge gezwollen blad heen wurmen. Naar boven, het geluid komt vanaf het meer. De kruiden daar vindt hij hemels. Hij krijgt een scherpe heel harde blijde balk terug van Ollie. Zijn gebalk rijkt verder als dat van Sarko. Iets later van de buurezels.
Snel is Sarko. Opeens staat hij bij het draad met de oren naar voren, rechtop.

Even kennis maken
Hééé, wie is dat dan?  
Hééé, un ami!!!! :-)


ff neuzen tussen schrikdraden door
Na uiteraard één keer de schrik te krijgen, nemen ze iets afstand, maar blijven naar elkaar kijken en praten met alle middelen die ze daarvoor hebben. Ze balken niet meer.
We laten Ollie slapen.
's Morgens doen we gewoon ons ding. Ik ga een ochtendwortel geven, met Marc dit keer. Ze staan weer bij elkaar met het schrikdraad ertussen. Later doe ik de mestronde. Emmer, schepje, genietend van het olijke, haast spitsvondige dier met Sarko verlangend aan de andere kant. De buurezels staan achter een flink hoog hek met 4 en soms 5 draden prikkeldraad. Dat werkt prima al hangt het hier en daar echt op z'n frans in elkaar. Als ik de emmer schoon sta te spoelen, weer boven op het erf, hoor ik een geluid van iets dat stuk gaat, valt. Geen natuurlijk geluid als van tak of steen die rolt.
Er hangt een schrikdraadje slap. Ollie, een welkome donkere vlek in plaats van de zich camouflerende Sarko, staat er niet. Ollie is er overheen gesprongen en zal met de tengere pootjes de bovenste draad + handvat + isolator gesloopt hebben. Ja, dat heb je dan. Je leert veel van dieren houden. Net als dat ouders meer van hun kinderen kunnen leren dan de kids van hun ouders.
Ik ga kijken, gelijk. Staan een krachtmeting te houden op speelse wijze. Zoals twee veulens dat gewoon zijn tijdens de lente. Ik zie Sarko zich lekker uitleven op een ezelige manier.

het eerste samen draven op het stalpad

Sarko kijkt hier heel erg content... met zijn makkertje Ollie

krachten meten
Na 10 maanden, Sarko kwam 30 juni 2013 bij ons, is hij niet meer alleen in het gezelschap van varkens. Een gelijke. Hij wijkt ook geen 10 meter meer van Ollie's zijde.
Later in de middag staan ze bij de goot, varkens erbij. Het geknor, gekoer en gerommel met de waterbak. Comme l'habitude. Ollie ook. Ik zie Sarko kijken. Hoor hem bijna denken; 'Als je het lef hebt eerst met hem te knuffelen, ga ik vervelend doen, bokken ofzo!' Dus eerst hem de volle laag aandacht. Ik laat Ollie achter me mijn vest proeven en ruiken aan zijn nieuwe verzorgster. 'Als mijn grote broer het toelaat, ach, houd mijn kop dan ook maar even vast.' En zo probeer ik beide te leren kennen. Want Ollie kan nieuw zijn, Sarko is in gezelschap van een soortgenoot een andere ezel.
Net zo mooi trouwens. Net zo lief nog, oplettend en rustig. Zeker vergeleken bij de snelle en levendige Ollie.

donderdag 17 april 2014

huisarrest



Weinig te beleven afgelopen week. Tijd om na te denken.
Vorige week zondag was weer zo'n mooie dag dat ik mee mocht wandelen. Ik stond hele dagen bij het hek, lekker mensen kijken, varkens plagen, neus poetsen en een paar keer per dag overleg met alle buurezels. Aan de overkant wonen er ook ergens een paar. Samen met de buurezels staan we sterk in het verhalen opdissen. Niet dat ik gehoord of begrepen word hoor, want ik heb het over vreemde dingen, balken ze. (Over wat ik zie. Dat zijn twee-potigen, kippen, varkens en katten.)
Ik moest aan het halster en blijven lopen. Mocht niet eens grazen, zo een kwartiertje. Of de hele middag. Dus ruk ik me los. Vreemde twee-potigen, wandelaars, doen het touw door een ring van het halster en bellen Tien, maar waar ze uithangen? hebben ze geen connectie. Later krijgen ze me te pakken, een prachtspel, want met z'n vijven is het nog moeilijker.
Ik begin echt knorrig te worden van dat brave gewandel zonder grazen. Zodra ik in het dorp ben en allemaal nieuwe dingen zie, hoor en ruik, moet ik aan de ring in de rotswand. Wachten.
Ik hoor Tien en de anderen lachen en kletsen en een hondje blaffen en ruik heerlijke bloemen en andere dieren. (Konijnen in kleine hokjes, begrijp ik later.) Dus daar is de lol snel af. Ik balk, zie dat blonde hoofd om de hoek dat ook weer verdwijnt. Dan baal ik als een varkensdrol in de zon en schijt de straat onder. Ik krijg er potdories ter plekke diarree van!! Das toch niet normaal!
Ezelherses werken niet zo snel, dus pas als ze me losmaken begrijp ik dat de consternatie in de zon voor niets is geweest, mijn energie verspild die ik nodig heb om naar huis te lopen. Ik baal, vreselijk. Uitgeput thuis aan het hooi.

De dag erop komen mijn verzorgers, plus die anderen, takken verbranden die ik niet op wilde eten. Er is heel de winter genoeg te knabbelen geweest in het bos. Dat gebeurde bij onze stal. (Meer de stal van de varkens, die watjes willen op een bedje binnen liggen.) Dus een groot vuur waar ik verre van weg bleef. Ik moet er niets van hebben. Wat er van rest juist wel; mijn stofbaden waar ik zo van geniet. Geen teek die het leuk vindt op mij en het houdt ook vliegen weg. Dus wacht ik rustig tot de ochtend, wanneer het licht begint te worden en ik in sluimertoestand m'n helling af kom struinen richting de stal. Ik wordt daar graag wakker mag je weten.
Daar ligt dus die vlakte as waar wel 2 ezels in passen. (Jaja, ik kan al tot twee tellen. Er zijn dus twee varkens, 2 katten, 2 kippen en 2 twee-potigen. Er is maar 1 hond, daarom kan ik al een beetje tellen.) En ik betreed mijn nieuwe verse schone onbetreden bad. Lekker warm nog. Ik schraap wat met de hoeven en zwaar vergenoegd met mijn staart. Zodra ik een knie in de as leg, gaat de rest van mijn lijfje mee, PLOEFFF, bries.
Ehm.....
Beeeetje te heet ja!!
Heet?
Oei wat stinkt dit. Alsof ik een everzwijn ben dat aan Obelix denkt te kunnen ontkomen, spring ik op en uit het bad. MERDE %@#!&*%^$#@!put%$@!#%!!
Ben ik op hete kolen gaan liggen verstopt onder de as. Had ik effe niet in de gaten. Ik was snel, maar wel de puntjes van mijn vacht foetsie en gelig vies. Bah! Tien ziet het direct tijdens het knabbelen op mijn ochtendwortel en borstelt mijn poten zachtjes uit. Ik ben het daarna alweer vergeten hoor.

Gewoon mijn oude vertrouwde zelf. Gewoon weer zo uit mijn doen, obstinaat zo je wilt lezen, dat ik Marc voluit probeer te trappen. Er zat alleen een volle emmer varkensvoer tussen die ik zo hup 1-2-3 10 meter verderop de helling af laat lazeren. Hij mazzel, de varkens pech. Maar die sullige tanks op hoeven zijn me iets te gortig na de zoveelste dag huisarrest. Ik heb me tenslotte misdragen door op het pad naar het huis van dorpsoudste Felix een mestbrij met pies achter te laten.
Nu begin ik door te hebben dat er met de baas ook niet zo te spotten valt. Die kan goed boos op me worden, pakt me soms hard bij de neus.
Ik ben gewoon lenteachtig nerveus. Sta steeds met een stijve piemel, maar snap er niet veel van. De varkens zijn een paar dagen achter elkaar ontsnapt. Ut wordt tijd dat ze geslacht worden en alsof ze het weten... Rond hun etenstijd zijn ze ultra-nerveus en ik wil ook meesnoepen natuurlijk. Daarom krijg ik dan een halster om en zodra ik ook bij de schotel ben (de baas heeft een schotel op een autoband gevuld met zand gemonteerd als trog) word ik verzocht mee te lopen naar beneden waar ik naast de stal wat hooi krijg. Hoogtepunt voor die blonde snuiten, elke dag weer.
Maar goed. Ik word wel wat inniger met die twee nu ik huisarrest heb.

Ik geniet volop van de lente. De zon, de stofbaden, beetje mee wroeten met de varkens, kipjes uit mijn mest jagen als ik dat getok zat ben en neuzen met Merlin. Die is al wat weken snotverkouden, arme ziel. Maakt hem niet minder zacht en lief. Nog even, dat huisarrest. Ik red me wel :-)


foto's van Réné & Kairi Whitfield

zaterdag 5 april 2014

Verliezen

Ene Van het Reve zou het gezegd of geschreven kunnen hebben; 'Schokkend met de heupen probeert het veulen zijn existentiële behoeften te bevredigen, met zichzelf.'
Ja, lach maar. Ik heb geen idee waar twee-potigen zo'n lol om hebben. Ik krijg ook minder knuffels, want wil zo graag genegenheid van welk levend wezen dan ook, dat ik het niet laten kan frivool maar als echte hengst erachteraan te gaan. Kop laag, oren naar achter, losjes met gestrekte hoeven toenadering zoeken.
Mijn kleine vriend weet precies wanneer hij thuis moet blijven met mest ruimen. Alsof hij het ruikt dat ik hem een van de bomen in jaag. Tien heft dat kinderschepje op of haar hand. Ik ga dan vol in de remmen met de oren wijduit naar voren. Tis allemaal spel beste mensen. Spelen, dat doe ik graag!
Ik snap niet waar ze allemaal zo'n drukte om maken. Ik wil ravotten, steigeren, briesen en rollen. Ik wil draven en kroelen, samen mijn kracht meten en wat rust in het lijf.
Ik vrees dat ik ga verliezen. We kunnen blijkbaar niet meer wandelen, omdat ik als een lentekind m'n goddelijke gang ga. Ze herhalen steeds hetzelfde; De ballen gaan eraf. Geen idee dat ik ze heb, toch ga ik ze verliezen. De varkens en katers hebben ze niet. De baas nog wel. Zou hij tegen zijn verlies kunnen?

D'r is veel leven op het erf. Een grote autobus is erbij gekomen. Drie vreemde snuiters, twee-potigen uiteraard. Die laten zich doorgaans vervoeren door stinkdieren zonder hoeven.
Het weer is voor de twee-potigen goed genoeg hele dagen buiten te zijn. Mij zetten ze bijna elke middag onder het huis of op de piste.
Onder het huis geeft me de vrijheid over de beek te springen en richting buren te struinen. Verse grassoorten, dat noemen ze biodiversiteit. Of al dat malse blad van mispel en braam en de bloemen daar ook bijhoren weet ik niet. Op de route ligt iets hoger op de helling een heuse prairie. Tussen bomen die gezaagd zijn en een jaar mogen drogen doe ik me tegoed aan al dat lekkers. Ik hoor Tien niet roepen, ben dan zo ver van huis. Om me te halen kost een half uurtje. Erg leuk, dat spelletje. Maar 2e keer is altijd ook de laatste keer. Dan moet ik echt op een holletje, dan meent ze het.
Met de baas kan ik nog een loopje nemen.
Wel proberen ze alle mogelijke routes te blokkeren, ahum, met schrikdraad. Uiteraard zonder schrik. Met bordjes waar op schijnt te staan dat passanten het ook weer moeten sluiten. Ik heb lak aan al die schrikdraadjes. De meeste dan. Nou ja, ok. Eén specifieke draad. Die richting buren. Ze leren me tenminste een volwassen ezelhengst te zijn. Thuis zijn ut allemaal watjes, veelvraten, kleine opdonders, twee-potigen of het heeft vleugels.
Vandaag was het weer zover. Ik liet hem aan het einde van de middag eerst bij de buren zoeken, 1 km op en 1 af.
Toen het bronpad omhoog, met braam begroeit en er stroomt een beekje van de bron, 40 meter omhoog over maar een paar honderd meter.
Inmiddels stond ik bij het andere touwtje -want meer is dat schrikdraad niet- richting de enge brug onderaan de helling. Hij loopt me straal voorbij en gaat de 1,5 km lopen naar de bruggen in de veronderstelling dat ik deze draad genegeerd heb.
En weer terug. (Dat laat de gebroeders Varken nog langer wachten op hun voer. gna)
Hij ontdekt me. Laat me staan, ik hoor hem weglopen met die hond in zijn kielzog. En ja hoor, hij komt terug met Tien. Dan zijn de rapen goed gaar. Ik probeer nog aan haar te ontsnappen, de tik op mijn kont te vermijden. Dat lukt. Toch sta ik even klem in een stukje bos dat ik helemaal niet ken, op een onoverzichtelijk stukje steile helling met van alles in mijn blikveld.
Overgeleverd en verslagen. Zo voelt dat als je keurig aan de leiband naar huis wordt gebracht!
Ik heb het goedgemaakt. Liet me even borstelen om genoegzaam te knorren. Met iets van lange tanden, dat wel.
Want ik kan niet zo goed tegen mijn verlies.